Alles wat je moet weten over loonindexatie

Belgische bedrijven zijn verplicht om een indexatie toe te passen op de lonen van hun medewerkers. Niet alleen de lonen van medewerkers in de privésector maar ook de wedden van ambtenaren en de uitkeringen bij onder meer pensioen, ziekte, werkloosheid, worden geïndexeerd.  Maar vanwaar komt deze automatische indexatie eigenlijk? 

Even terug in de tijd...

België kent sinds 1920 de zogenaamde ‘index der consumptieprijzen‘. Deze index meet de maandelijkse schommelingen van de prijs van een aantal producten en diensten die representatief zijn voor wat een gezin gemiddeld nodig heeft. Na de eerste wereldoorlog kende België grote prijsstijgingen, wat sociale onrust veroorzaakte en de koopkracht van de bevolking aantastte. De index werd ingevoerd om deze koopkracht te vrijwaren.  Wanneer de prijzen van de producten en diensten stijgen, stijgen dus ook de lonen en uitkeringen. Aanvankelijk kregen alleen medewerkers in de mijn-, hout- en stofferingsector een automatische index, later werd dit doorgetrokken naar alle andere sectoren.
 

Terug naar vandaag...
Elk paritair comité, elke sector, heeft een eigen regeling voor het toepassen van de index op de lonen. Daardoor zijn er in België verschillende systemen en krijgen niet alle medewerkers op hetzelfde moment of in dezelfde mate een indexatie van hun loon.  Er zijn sectoren die telkens op 1 januari een ‘grote’ eenmalige indexatie toekennen, andere sectoren passen een indexatie toe van zodra deze 2% bedraagt, nog andere passen op verschillende vaste momenten in het jaar een ‘kleinere’ indexatie toe. 
Als werkgever kan je er niet onderuit en ben je dus verplicht de afspraken binnen je paritair comité na te leven en de index op de lonen toe te passen. Voor de werkgever dus een kostenstijging, ook al ervaart een medewerker dit niet als een loonsverhoging (immers niet gekoppeld aan hun prestaties) maar als een verhoging die hen automatisch toekomt.
 
En wat is nu de link met de 'loonnorm'?
België en Luxemburg zijn de enige landen ter wereld waar deze automatische indexatie van de lonen nog bestaat. Onze buurlanden en voornaamste handelspartners Frankrijk, Duitsland, Nederland koppelen geen automatische loonsverhoging aan een indexcijfer. Hierdoor stijgen onze lonen sterker dan deze van onze buurlanden en brengt dit onze concurrentiepositie in gevaar. Om dit op te vangen heeft België in 1996 de “loonnormwet” ingevoerd. Dit wil zeggen dat de lonen maar beperkt mogen stijgen, naast de indexatie. Deze loonnorm wordt elke twee jaar vastgelegd.
In 2023-2024 bedraagt de loonnorm 0,00%. Dit wil zeggen dat je als werkgever geen (collectieve) loonsverhogingen mag toekennen naast de indexatie. Wat wel nog kan zijn individuele loonsverhogingen voor zover de betrokken medewerker meer verantwoordelijkheden zal opnemen. 
Er zijn enkele uitzonderingen die niet worden meegerekend in de loonnorm, zijnde:
  • Deelname in de winst;
  • Collectieve bonusplannen (cao 90);
  • De eenmalige koopkrachtpremie;
  • Verhoging van de loonkost door toename van het aantal medewerkers.
 
Heb je nog vragen over dit artikel?
Deel:
Facebook
LinkedIn
E-mail
WhatsApp

Schrijf je nu in voor onze nieuwsbrief!

Schrijf je nu in voor onze nieuwsbrief!