Op het ogenblik dat een bediende verandert van werkgever ontvangt hij zowel dubbel als enkel vakantiegeld voor de dagen die hij niet heeft opgenomen in het betrokken jaar alsook voor de dagen vakantie die hij heeft opgebouwd voor het volgende jaar. Bij arbeiders is dit niet het geval aangezien het vakantiefonds de betaling van zowel dubbel als enkel vakantiegeld op zich neemt voor alle werkgevers. Wel is dit zo voor arbeiders die overgaan naar een bediendestatuut.
Het dubbel vakantiegeld is de zogenaamde ‘vakantiepremie’ die betaald wordt in mei of juni. Het enkel vakantiegeld is het loon dat de bediende ontvangt op de dagen dat hij vakantie opneemt.
Methode tot 31 december 2023
Methode vanaf 1 januari 2024
Er wijzigt niets aan de verrekening van het dubbel vakantiegeld. Dit wordt nog steeds verrekend in mei/juni.
Vanaf 2024 bestaat de verrekening van het enkel vakantiegeld uit 2 fasen:
- Fase 1: wanneer een bediende de vakantiedagen – opgebouwd bij de vorige werkgever – opneemt, wordt hem 10% van zijn loon betaald.
- Fase 2: in december (of in de maand waarin de bediende bij de werkgever uit dienst gaat) wordt er berekend of er eventueel bijkomend loon moet worden betaald of er nog een afhouding moet worden gedaan. Dit is afhankelijk of het loon bij de nieuwe werkgever hoger of lager is dan bij de vorige werkgever. Als er op de vakantiedagen te weinig loon werd betaald, dan zal de werkgever aan de bediende een bijkomend enkel vakantiegeld betalen; als er op de vakantiedagen teveel loon werd betaald, dan zal de werkgever dat teveel betaalde enkel vakantiegeld mogen inhouden op het loon van de bediende.
Er geldt vanaf 2024 ook een informatieplicht. Op het vakantieattest zal toelichting moeten worden gegeven over de nieuwe verrekeningsregels.


